Leader 1 – Review

Auteur
Alain Ollier, Christophe Leclercq
Uitgever Ghenos Games
Aantal spelers 2 tot 10
Spelduur
90 – 120 minuten
Jaar van uitgave 2008
Prijs 45.95€
Recensie door
Vandenbogaerde Fabrice
Score 8.0/10
Links Ghenos Games

SPELMATERIAAL

De wat onhandige speldoos bevat:

  • 21 dubbelzijdige zeshoeken. Deze bevatten een deel van de route,
  • 1 zeshoek met bijhorende fiches voor het aanduiden van het algemeen klassement,
  • 15 renners (5 teams van 3),
  • 1 peloton,
  • 1 kaartje dat de leider van het peloton aangeeft,
  • 1 twaalfzijdige dobbelsteen (waarden 3, 4 en 5),
  • 1 gewone twaalfzijdige dobbelsteen,
  • 36 bevoorradingsfiches (geel, rood en groen),
  • 11 gebeurteniskaartjes (bonustijd, bevoorrading, bergbeklimmingscategorie),
  • 12 samenvattingskaartjes,
  • 1 blok (verschillende vellen papier) voor het bijhouden van energie.

 

SPELBESPREKING

Inleiding

Of het nu over een ééndagsrit of een volledige ronde gaat, koers je alleen of in team, het doel blijft hetzelfde: “Vlam als eerste over de aankomstlijn.”

Voorbereiding

Maak met de zeshoeken een parcours. Daarbij gelden volgende regels:

  1. Aan het begin van het parcours moet een ‘startlijn’ zeshoek gelegd worden, aan het einde een ‘aankomst’ zeshoek.
  2. Er zijn vier verschillende soorten tegels: vlak, helling, berg en afdaling. Voor een berg moet altijd een helling gelegd worden.
  3. Gebruik je een berg, dan moet je ook de categorie van die berg aanduiden.
  4. Plaats één of meer ‘bevoorradingszones’ op het parcours.
  5. Plaats de bevoorradingsfiches gedekt op tafel.

Alle spelers kiezen een team . Zij ontvangen 3 renners: een klimmer (rood), een leider (geel) en een sprinter (groen).
Elke renner krijgt energie bij de start. De energiewaarde is gelijk aan de som van alle getallen op de zeshoeken. De energie wordt bijgehouden op een blad (1 per speler) van het notitieblok.
Duid binnen uw team een renner aan die uitmunt in afdalen en één die uitmunt in sprinten.
Plaats het peloton aan de startlijn. De race kan beginnen.

Voorbeeld van een parcours.

Spelverloop

Kort spelverloop.

Elke ronde bestaat uit eenzelfde opeenvolging van beurten.

  • Eerst worden de renners die voor het peloton rijden verplaatst. Dit gebeurt volgens positie, de koploper eerst.
  • Daarna krijgen de spelers om beurt de kans om uit het peloton te ontsnappen.
  • Vervolgens wordt het peloton verplaatst. De leider (= de speler met het pelotonfiche) mag eventueel een achtervolging aankondigen, het resultaat van de dobbelsteen wordt dan met 1 verhoogd.
  • Renners die het peloton niet meer kunnen volgen, komen als laatste aan de beurt. Daarna wordt het pelotonfiche doorgegeven.

 

 

 

 

 

 

Bewegen.

  • Het peloton wordt altijd aan de hand van een dobbelsteenworp bewogen. De verplaatsing van het peloton wordt met 1 verhoogd als de leider beslist de achtervolging in te zetten en/of als er geen renners (van de spelers) meer in het peloton zitten.
  • Verplaatst het peloton 5, 6, of 7 vakken dan moeten alle renners die na de beweging van het peloton in het peloton vertoeven respectievelijk 1, 2 en 3 energie betalen. Bezit een renner te weinig energie, dan wordt hij één vakje achter het peloton geplaatst.
  • Renners rijden mee in het peloton. Je kan elke beurt 1 of meerdere renners uit het peloton halen. Daarvoor moet een renner minstens 4 vakjes vooruit gaan.
  • De renners verplaatsen zich op de vakjes van de route. Er kan slechts één renner per vakje staan. Renners bewegen altijd vooruit of diagonaal. Door een vakje van een andere renner rijden kost 1 extra energiepunt.
  • Elke renner beschikt over een aantal gratis bewegingspunten. Dit aantal is afhankelijk van de specialiteit van de renner en het terrein waarop hij rijdt.
    Daarbovenop kan energie besteed worden om extra vakjes te verplaatsen. (Zie samenvatting.)
  • Slipstream: een renner die net achter een andere renner staat, mag in zijn volgende beurt gratis één extra vakje verplaatsen. Dit voordeel vervalt als voorste renner 6 (of 8 in een afdaling) vakjes verplaatst .

Risico’s en energieherstel.

  • Elke renner kan per parcours 3 risico’s nemen. Dit kan leiden tot een inzinking of een val. Om een risico te overwinnen moet met de twaalf zijdige dobbelsteen gegooid worden. De eerste keer moet 5 of meer, de tweede keer 8 of meer en de derde keer 11 of meer gegooid worden. (Dit wordt bijgehouden op het notitieblok, zie rechts.) Is dit niet het geval, dan moet je de gevolgen van het genomen risico verwerken.
    • Inzinking: de categorie van een berg geeft aan hoeveel extra vakjes een renner kan ‘kopen’. Als de renner meer vakjes bijkoopt, loopt hij het risico op een inzinking. Bij een inzinking wordt de verplaatsingskost verdrievoudigd.
    • Val: als een renner in zijn extra beweging zwarte vakjes passeert, loopt hij het risico op een val. Bij een val moet de verplaatsingskost dubbel betaald worden en moet de renner een beurt overslaan.
  • Valt de ‘peloton’ dobbelsteen op de rode vier, dan lopen alle renners het risico op een lekke band. Als je één gooit met de twaalfzijdige dobbelsteen, heb je het zitten. Je renner moet blijven staan en verplaatst de volgende beurt pas na het peloton. Renners van het peloton die lek rijden, worden 1 vakje achter het peloton gezet.
  • Als een renner voorbij een bevoorradingsfiche rijdt, mag hij een overeenkomstig bevoorradingsfiche nemen. De energie wordt aan zijn totaal gevoegd.
  • Als een renner minder verplaatst wordt dan zijn gratis vakjes, krijgt hij 1 energiepunt per ongebruikt vakje.

De winnaar

De speler die als eerste de finish haalt, wint.
Speel je een spel met meerdere etappes, dan kan de stand bijgehouden worden op de ‘klassement’ zeshoek. De stand wordt bepaald aan de hand van het aantal gespeelde beurten.

 

SPELBEOORDELING

Heel toevallig rijd ik nogal dikwijls met mijn koersfiets, ga ik met de fiets gaan werken en gaan er weinig vakanties aan mij voorbij zonder een dagtocht met de fiets. Leader 1 is met andere woorden een logische keuze. Hoe realistisch is dit spel?, is vraag nummer één natuurlijk. Het antwoord is vrij positief. Leader 1 geeft mij echt het gevoel dat ik aan het racen ben. Ik wordt zelfs een beetje nerveus net voor het moment dat ik uit het peloton wil ontsnappen. Je kan zelfs strategie inbouwen als je met een team speelt. De verschillende tegels zorgen voor voldoende afwisseling en aangezien elke tegel een eigen energie waarde heeft, kan je het parcours zo kort of zo lang maken als je zelf wilt.
De speldoos en de spelregels zijn van mindere kwaliteit en de renners vallen nogal dikwijls van hun fiets als je ze wilt verplaatsen. Toch erger ik mij daar weinig aan omdat ik nu éénmaal man ben en mannen spelen graag van om het eerst.

Mei 2009

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *